Qualityfreaks
Vorige
pagina
E-mailadres: info@saunastudie.nl
Saunastudie
Auteursrecht
Erik Bierenbroodspot 
Disclaimer
Vraag?

 

 

 

Studiecentrum.
Saunagebruik.
Saunabedrijven.
Opleidingen.
Vacatures.
Leveranciers.
Adverteren.
Nieuwsbrief.
Weer & verkeer.
Contact.

Direct zoeken in saunastudie.nl met Google. Voer uw zoekwoord in:

Stel een vraag over sauna
Nieuws.
Sitemap.
Gastenboek.
Qualityfreaks.

Coaching & management

www.qualityfreaks.biz

 

Centraal bestelsysteem:

www.saunawebshop.com

 

Training & opleiding

www.wellnessprofs.nl

De veranderingen in de Whvz naar Whvbz

Op 1 december 2000 is de Wet hygiëne en veiligheid zwemgelegenheden (Whvz) gewijzigd. Een belangrijke verandering is het feit dat nu ook alle badinrichtingen in de medische sfeer onder de werking van deze wet vallen. Aangezien het bij deze therapiebaden niet zozeer om ‘het zwemmen’ gaat, is ook de naam van deze wet gewijzigd in Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden, de Whvbz.
De nieuwe regels staan nader beschreven in het Besluit hygiëne en veiligheid zwemgelegenheden (Bhvz) dat nu voortaan Besluit hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden (Bhvbz) heet, dat per 1 december 2000 van kracht is geworden.

In deze informatie wordt met name ingegaan op de doorgevoerde wijzigingen: Deze hebben alleen betrekking op inrichtingen en daarbij in het bijzonder op de zogenoemde categorie A inrichtingen. Een bassin met een oppervlakte van ten minste 2m2 en dieper dan 0,50 m.

Aan de orde komen:
1. Uitbreiding met bassins in de medische sfeer
2. Onderscheid naar type bassin
3. Uitzonderingen
4. Waterkwaliteitsnormen
5. Preventie Legionellabesmetting
6. Overgangsregeling
7. Nadere informatie


Ad 1)  Nu drie soorten badinrichtingen

De Whvz is sinds de inwerkingtreding in 1984 successievelijk uitgebreid. In die beginperiode golden de regels alleen nog maar voor de openbare baden. In 1990 werd reeds een groot aantal categorieën niet (rechtstreeks) voor het publiek toegankelijke zweminrichtingen onder de werkingssfeer van de wet gebracht, zoals hotel- en campingbaden. Zweminrichtingen in instellingen voor geestelijke gezondheidszorg vallen ook al sinds 1990 onder de wet. Een uitzondering werd toen nog gemaakt voor baden voor patiënten met lichamelijke klachten, zoals therapiebaden. Sinds 1 december 2000 vallen deze nu ook onder de wet.

In het (gewijzigde) Bhvbz geldt nu een onderscheid naar drie typen badinrichtingen met ‘zwemmen’ al dan niet als hoofdactiviteit.


Het gaat om:

Openbare badinrichtingen.         
Deze zijn voor iedereen toegankelijk. De hoofdactiviteit is zwemmen.

Semi-openbare badinrichtingen.         
In zulke gevallen is zwemmen niet de hoofdactiviteit van zo’n instelling en gaat het om specifieke groepen gebruikers. Denk aan gebruikers van de badinrichting van een hotel, sauna of camping.

Badinrichtingen in de mediche sfeer (therapiebaden)
Deze baden zijn speciaal bestemd voor patiënten van (psychiatrische) ziekenhuizen, verpleeg- en verzorgingshuizen en praktijken voor fysiotherapie. Voor de omschrijving van deze categorie baden is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij het Besluit aanwijzing inrichtingen Wet ziekenhuisvoorzieningen.


Daarmee vallen nu haast alle badinrichtingen onder de werkingssfeer van de wet. Uitzonderingen zijn de privébaden en de inrichtingen waarvan geen enkel bassin een wateroppervlakte van 2m2 of meer heeft.   



Ad. 2) Onderscheid bassins binnen badinrichtingen

Het oude besluit was voornamelijk toegespitst op circulatiebaden, terwijl tegenwoordig een grotere verscheidenheid aan bassins binnen badinrichtingen voorkomt. Om beter aan te sluiten bij de praktijk nu een onderscheid wordt gemaakt tussen hergebruik van water en eenmalig gebruik van water. In het laatste geval gelden minder strenge eisen en dus ook minder onderzoeksverplichtingen.


Hergebruik van water.

Hergebruik van water vindt bijvoorbeeld plaats in circulatiebaden en doorstroomde bassins. Daar wordt het water doorgaans door meerdere personen tegelijk of achter elkaar gebruikt. Bij circulatiebaden circuleert het water voortdurend via een zuiveringsinstallatie. Bij doorstroomde bassins wordt het water continu ververst. Het afgevoerde water wordt dan niet teruggebracht in het bassin, maar komt in het riool terecht of gaat naar de zuiveringsinstallatie van een ander bassin (dompelbaden, speelvijver ect.)


Bijbehorende voorschriften.

Voor de waterkwaliteit gelden onderzoeksverplichtingen voor de parameters:

Hoeveelheden kweekbare kiemen
Doorzicht
Zuurgraad
Vrij beschikbare chloor
Indien van toepassing cyanuurzuur en ozon


Eenmalig gebruik van water.

Er is sprake van eenmalig gebruik als het water na elke bader geheel wordt ververst. Het afgevoerde water wordt niet verder gebruikt als zwem- en badwater. Afvoeren van het water naar het zuiveringssysteem van een ander bassin is dus niet toegestaan.

Bijbehorende voorschriften.

Het water hoeft niet te worden gedesinfecteerd; wel moet dit in voldoende mate gebeuren voor bodem en wanden van de bassins
In dit geval (bij het niet toevoegen van een desinfectiemiddel) is alleen controle op de hoeveelheid kweekbare kiemen en het doorzicht vereist. Indien aan het vulwater wel een desinfectiemiddel wordt toegevoegd, of het bassin wordt gevuld met zwemwater uit het systeem van een ander bassin (hergebruik) gelden dezelfde onderzoeksverplichtingen als voor doorstroomde bassins.


Ad. 3) Uitzonderingen

Voor verschillende soorten badinrichtingen en typen bassins gelden bij uitzondering een aantal voorschriften niet:

Voor de niet rechtstreeks toegankelijke badinrichtingen zijn geen kleed- en garderoberuimten voorgeschreven. Dit gold al voor de semi-openbare badinrichtingen en geldt nu ook voor de badinrichtingen in de medische sfeer.
Ook zijn voor de baden in de medische sfeer de voorschriften die gaan over douches en toiletten, beperkte bodemhelling en bodemweerstand, drijflijnen en sta- en grijpranden niet van toepassing.
Voor de medische bassins met een wateroppervlakte kleiner dan 15m2 zijn bovendien geen eisen gesteld aan de rondpompcapaciteit, overloopvoorziening, debietmeting, kijkglas in het filter en de hoeveelheid suppletiewater. Deze laatstgenoemde uitzonderingen (voor medische bassins <15m2) nog aangevuld met eisen ten aanzien van filterspoeling, gelden ook voor bassins met eenmalig gebruik van water en doorstroomde bassins, ongeacht in welk soort badinrichtingen deze bassins zich bevinden.


Ad 4) Waterkwaliteisnormen

Ongewijzigd is het feit dat de houder van een zwem- of badinrichting maandelijks een onderzoek moet laten uitvoeren door een extern laboratorium naar de zwem- en badwaterkwaliteit. Het laboratorium moet nu wel voldoende gecertificeerd zijn om de betreffende onderzoeken te mogen uitvoeren.

Sinds 1 december 2000 gelden de in bijlage 1 van het besluit weergegeven normen voor zwem- en badwater in de categorie A inrichtingen:



Parameters & plaatsen van onderzoek, eenheid, norm, frequentie en uitvoering

Te meten in het bassin op de plaats waar de waarde
Van deze parameter naar redelijkerwijs kan worden
Aangenomen, het ongunstigst is


1. Bij 370C kweekbare kiemen / aantal per ml <of= 100 / maandelijks lab

2. Pseudomonas / aantal per 100 ml / niet aantoonbaar / meting bij verdenking door lab

3. Doorzicht / meter / helder tot bodem / dagelijks houder maandelijks lab

4. Troebelingsgraad / bij uitlaat / FTE  / <of= 0,5 /  verdenking lab

5. Kaliumpermanganaatverbruik / mg/l / <of= 70% van  het verbruik van suppletiewater +6  / maandelijks lab                                             

6. Zuurgraad / pH   6,8 <of= 7,8 / dagelijks houder en maandelijks lab

7. Buffercapaciteit    mmol/l   >of= 1  verdenking lab

8. Ureum / mg/l /  <of= 2 / maandelijks lab

9. Vrij beschikbaar chloor binnenbad / mg/l / 0,5 <of= 1,5 / dagelijks houder en maandelijks lab       
   Vrij beschikbaar chloor buitenbad /  mg/l   0,5 <of= 5,0 / dagelijks houder en maandelijks lab

10. Vrij beschikbaar chloor indien  cyanuurzuur wordt gebruikt / mg/l / 2,0 <of= 5,0 / dagelijks houder maandelijks lab  

11. Gebonden beschikbaar chloor / mg/l / <of= 1,0 / dagelijks houder en maandelijks lab

12. Cyanuurzuur als van toepassing /  mg/l / <of= 50 bij cyanuurzuur <of= 100 bij isocyanuurzuur verrbindingen / maandelijks lab

13. Ozon indien van toepassing / mg/l / niet aantoonbaar / dagelijks houder en maandelijks lab

14. Legionella / conform beheersplan / KVE/l  / <100 / elk half jaar lab bij aerosolvorming




Normering, wijziging en type parameters

Een van de microbiologische parameters is vervallen: de bacteriën van de coligroep.
Drie parameters zijn daarentegen toegevoegd: Pseudomonas aeruginosa, troebelingsgraad bij de uitlaat en buffercapaciteit. Het onderzoek daarnaar wordt echter pas verplicht gesteld als er een indicatie bestaat dat niet aan de norm wordt voldaan of bij een bijzonder risicovolle situatie. De houder van de inrichting mag in eerste instantie die inschatting maken. Gedeputeerde staten kunnen onderzoek naar deze parameters voorschrijven. Tevens wordt eenmaal per halfjaar een onderzoek naar de aanwezigheid van Legionella verplicht op de in het beheersplan aangegeven risicopunten.


Normering, wijziging parameter vrij beschikbaar chloor

De ondergrens voor de concentratie vrij beschikbaar chloor is gesteldop 0,5 mg/l. Dit is niet meer afhankelijk gesteld van de zuurgraad. Bij gebruik van cyanuurzuur blijft de ondergrens 2,0 mg/l.
Nieuw is het gestelde maximum aan het toevoegen van chloor. De bovengrens voor VBC is 1,5 mg/l. Bij openluchtbaden en bassins in overdekte inrichtingen met een wateroppervlakte kleiner dan 202m geldt een bovengrens voor VBC van 5,0 mg/l. Naar verwachting zal deze maatregel leiden tot een afname van 15 tot 20% van het chloorverbruik in badinrichtingen.


Normen voor bassins met eenmalig gebruik van water en doorstroomde bassins

Bij bassins met eenmalig gebruik van water, waarbij het bassin met water van drinkwaterkwaliteit wordt gevuld en geen desinfectiemiddelen worden toegevoegd, gelden alleen de verplichtingen voor de parameters kweekbare kiemen en doorzicht. Voor de overige bassins met eenmalig gebruik van water en de doorstroomde bassins gelden de normen voor parameters kweekbare kiemen, doorzicht, zuurgraad, VBC en indien van toepassing cyanuurzuur en ozon.


Parameters in twee groepen ingedeeld

Voor de toetsing van de waterkwaliteit zijn de parameters in twee groepen ingedeeld:

Groep 1 zijn de parameters die direct van invloed zijn op de gezondheid van zwemmers en baders. Dit zijn de parameters doorzicht, zuurgraad, ondergrens VBC, ozon en Legionella.
Groep 2 zijn de parameters kweekbare kiemen, kaliumpermanganaatverbruik, ureum, bovengrens VBC, GBC, en cyanuurzuur.

Een uitzondering hierop geldt voor bassins met eenmalig gebruik van water, gevuld met water van drinkwaterkwaliteit en geen gebruik van desinfectiemiddelen. Hiervoor gelden kweekbare kiemen als een groep 1 parameter.


Toetsing

Indien een parameter uit groep 1 niet aan de normen voldoet, is het resultaat van de maandelijkse toetsing onvoldoende.
Uit groep 2 geldt zo’n resultaat als twee parameters niet aan de norm voldoen.



Wijziging toetsingstabel

De toetsingstabel is op enkele punten gewijzigd. Bij zes-maandelijkse onderzoeken of meer mogen twee en bij tien onderzoeken of meer mogen drie uitkomsten een onvoldoende scoren zonder dat dit een onvoldoende jaartoetsing oplevert. Hierbij mag echter niet twee maal achter elkaar dezelfde
parameter onvoldoende scoren. Tot voorheen leverde twee maal achtereen een onvoldoende bij verschillende parameters al een onvoldoende op jaarbasis op.


Ad. 5) Preventie Legionellabesmetting

Door de wetswijziging gelden nu ook voorschriften ter preventie van Legionellabesmetting in zwem- en badwatersystemen.
Risicopunten zijn plaatsen waar zwemwater zodanig ter beschikking komt of wordt gebruikt dat daarbij aërosolen vrijkomen (met mogelijk Legionella) in hoeveelheden die bij inademing nadelig kunnen zijn voor de gezondheid. Het preventiedoel is dat zwemwater op risicopunten minder dan 50 KVE per liter bevat.


Risicoanalyse

De houder van een badinrichting is verplicht een risicoanalyse op te stellen. Blijken uit de analyse daadwerkelijk risico’s voor Legionellabesmetting aanwezig te zijn, dan moet hij bovendien een beheersplan opstellen waarin maatregelen worden genomen om de risico’s te vermijden.
De risicoanalyse moet eenmaal per drie jaar worden uitgevoerd en drie maanden na iedere met het oog op genoemd risico relevante wijziging van het systeem. Houders van badinrichtingen krijgen tot 1 december 2001 de tijd om de (eerste) risicoanalyse uit te (laten) voeren. Voor zorginstellingen geldt een termijn van een half jaar na inwerkingtreding van de Bhvbz. Dit betekent voor 1 juni 2001.

Onderdelen van de risicoanalyse zijn een inventarisatie van de risicopunten; het verzamelen van gegevens over opbouw van het systeem, herkomst van het water, gebruiksduur en bezoekersaantallen. De risicopunten worden beoordeeld en vastgelegd in de analyse.
Is er sprake van een risico dan stelt de houder binnen drie maanden een beheersplan op of hij herziet het bestaande beheersplan. Daarin worden de te nemen periodieke maatregelen opgenomen en wordt het treffen van die maatregelen bijgehouden in een logboek. Dit logboek moet vijf jaar worden bewaard. Worden de risico’s binnen drie maanden na de risicoanalyse opgeheven en zijn geen periodieke maatregelen nodig, dan is een beheersplan niet verplicht. Op de in het beheersplan aangegeven risicopunten moet eenmaal per halfjaar een onderzoek worden uitgevoerd naar de aanwezigheid van Legionella.

Toezicht

De provincie gaat na of de risicoanalyse is uitgevoerd en er zonodig een beheersplan is opgesteld. Het tweedelijns toezicht is in handen van de Inspecteur Milieuhygiëne. Beide instanties zijn bevoegd tot het opleggen van sancties.

De eisen ten aanzien van preventieve maatregelen in warm- en koudewaterleidingsystemen zijn opgenomen in de ‘Tijdelijke regeling Legionellapreventie in leidingwater’. Deze is op 15 oktober 2000 van kracht geworden. Ook hier gelden de eisen ten aanzien van risicoanalyse en beheersplan. Het toezicht op de uitvoering van deze regeling wordt uitgevoerd door de Inspectie Milieuhygiëne.   


Ad 6) Overgangsregeling (reeds verlopen)

Voor de bestaande badinrichtingen die op 1 december 2000 nog niet eerder onder de werkingssfeer van de wet vielen, geldt een algemene overgangstermijn van drie maanden, behalve voor preventie van Legionellabesmetting. Bovendien worden in artikel III van het wijzigingsbesluit voorschriften genoemd waarvoor een extra termijn van:

 1 jaar voor onder andere waterkwaliteit en debietmeting
 3 jaar voor onder andere kijkglazen, sta- en grijpranden
 5 jaar voor onder andere pompcapaciteit en 30% afroming

Voor de bestaande badinrichtingen die al wel onder de werkingssfeer van de wet vielen op 1 december 2000 is geen overgangsregeling van kracht.



Ad. 7) Nadere informatie

Het Bhvbz en het koninklijk besluit omtrent de inwerkingtreding zijn in het Staatsblad verschenen (Stb. 482 en Stb. 483). De integrale versie van het Bhvbz staat in het Staatsblad nr. 508 van 30 november 2000.

De verantwoordelijkheid voor het toezicht op de uitvoering van deze wet ligt bij de provincies. Voor nadere informatie over het eerstelijnstoezicht kan contact worden opgenomen met de desbetreffende provincie.

.
Whvbz