De uitscheiding
Het uitscheidingsstelsel omvat de nieren, blaas en urinewegen. Het uitscheidingsstelsel is belast met de afvoer van stoffen uit het lichaam. Soms wordt ook de huid hierbij genoemd omdat de huid ook vocht en zouten uitscheidt in de vorm van zweet.
De nieren zijn twee boonvormige organen gelegen in de buikholte. Zij scheiden afbraakproducten en overtollige stoffen uit. Een afbraakproduct dat ontstaat na eiwitvertering is ureum. De nier haalt deze ureum uit het bloed. Overtollige stoffen zijn water, zouten, mineralen, maar ook bijvoorbeeld vitaminen.
Bij lichaamstemperatuurverhogingen zoal bij koorts en in de sauna weten velen dat de urine donkerder wordt. Dit komt doordat we bij 'koorts' veel vocht verliezen door verdamping via de huid. De vloeistof die we uitscheiden via de nieren wordt daardoor meer geconcentreerd en donker.
Elke nier bestaat uit ongeveer een miljoen nefronen die fungeren als een actief filter. In een nefron zitten kluwens uiterst fijne bloedvaatjes. Doordat bloed hierin gestuwd wordt, verlaten kleine elementen zoals water, zouten, suiker en mineralen het bloed. Deze kleine elementen vormen de primaire urine. Het grootste gedeelte van de primaire urine blijft dan nog over. Doordat er per dag 2000 liter bloed door de nieren moet stromen, zijn er grote slagaders en aders die van en naar de nieren lopen.
De filtratiefunctie van de nier wordt actief geregeld door hormonen. Het belangrijkste hormoon, anti-diuretisch hormoon (ADH), wordt in de hypofyse gemaakt. Dit hormoon reageert op de osmotische waarde van het bloed.
Wanneer er een grote hoeveelheid zouten en eiwitten in het bloed aanwezig is, wordt er veel ADH geproduceerd door de hypofyse. Daardoor wordt er veel water vastgehouden. Bij te veel water neemt de hoeveelheid ADH af en moet de mens meer plassen. Op deze wijze is er een constante verhouding tussen de hoeveelheid zouten en eiwitten enerzijds en water anderzijds. Het is van essentieel belang dat de samenstelling van de lichaamsvloeistof constant blijft, omdat onze lichaamscellen leven in dit waterige milieu en geringe afwijkingen al storingen in de processen geeft.
Naast de verhouding zout-water heeft ook de lichamelijke en psychische belasting effect op de hoeveelheid ADH in het bloed, en dus op de bloeddruk. Overigens wordt de bloeddruk niet alleen bepaald door de hoeveelheid lichaamsvocht. De nieren zelf maken het hormoon renine wanneer de druk in de arteriën daalt en treedt vaatvernauwing op waardoor de bloeddruk stijgt.
De urine uit de nier wordt verzameld in een nierbekken en naar de blaas getransporteerd via de urineleiders. Uit de beide urineleiders druppelt vrijwel continu vocht in de blaas, die een gevoel van 'aandrang' geeft als deze voor ongeveer 0,3 liter gevuld is. Onze blaas is groot genoeg om 0,7 liter urine te bevatten.
.