Qualityfreaks
Vorige
pagina
E-mailadres: info@saunastudie.nl
Saunastudie
Auteursrecht
Erik Bierenbroodspot 
Disclaimer
Vraag?

 

 

 

Studiecentrum.
Saunagebruik.
Saunabedrijven.
Opleidingen.
Vacatures.
Leveranciers.
Adverteren.
Nieuwsbrief.
Weer & verkeer.
Contact.

Direct zoeken in saunastudie.nl met Google. Voer uw zoekwoord in:

Stel een vraag over sauna
Nieuws.
Sitemap.
Gastenboek.
Qualityfreaks.

Coaching & management

www.qualityfreaks.biz

 

Centraal bestelsysteem:

www.saunawebshop.com

 

Training & opleiding

www.wellnessprofs.nl

De spijsvertering

In het spijsverteringsstelsel wordt het voed­sel ver­teerd zodat het opge­no­men kan wor­den in het li­chaam. Tijdens deze weg wordt het voedsel afge­broken tot stof­fen met geringe molecu­laire grootte zo­dat zij door de darm­wand kunnen drin­gen. Stoffen die in een onver­teer­baar jasje zijn opge­lost blijven dus bui­ten het lichaam. De wand van het spijs­verte­rings­ka­naal be­staat uit epi­theel (de grenslaag van de buitenwereld) en een aantal lagen waar onder andere spier­weefsel in zit. Die epi­theellaag bestaat voor het grootste gedeelte uit cellen die slijm, enzy­men en andere stoffen produceren.
In de mond vinden de eerste mechanische en chemi­sche be­werkingen plaats van het voedsel. Het voed­sel wordt gekauwd en bewerkt tot kleinere delen die vervoerd kunnen worden door de slokdarm. Verder wordt er speeksel aan toegevoegd waarin een enzym zit (amylase) dat zet­meel omzet in suiker.
Na het slik­ken komt de spijsbrok in de slokdarm, waar deze getranspor­teerd wordt door peris­taltische beweging. Een beweging van samen­trekkende spie­ren in de slokdarm­wand.
Hierna komt de maag aan de beurt. De maag is een opslag­ruimte voor voed­sel. De py­lorus of portier aan het eind van de maag laat kleine beet­jes voedsel door nadat het in de maag be­werkt is. De doorstro­ming van voedsel naar de 12-vingeri­ge darm is af­hankelijk van het voed­sel. Normaal blijft het voedsel gemiddeld 3 uur in de maag; is het voedsel vetrijk dan kan dat oplopen tot 5 uur. De maag gebruikt erg veel van onze energie als deze aan het werk is. Het is daarom ook af te raden intensief de sauna te gebrui­ken binnen drie uur na een flinke maaltijd. De maag ligt onder het diafragma of middenrif en dus ook achter de ribben, dus niet achter de navel zoals veel mensen denken. De bewerking die de maag uitvoert op voedsel is indrukwek­kend. In de eerste plaats maakt de maag het voedsel ste­riel. In de maagwand bevindt zich maagzuur ; een mengsel van zoutzuur en enzymen. Deze vloeistof is sterk genoeg om vlees te kunnen oplossen maar ook om bacteriën te doden. Het maag­zuur is zelfs zo sterk dat de maagwand zichzelf zou kunnen beschadigen. Ter bescher­ming ligt er een laag slijm (het maagslijm­vlies).
Voorts gaat de spijsbrok de 12-vingerige-darm in. Deze wordt zo genoemd omdat de lengte van 12 vin­gers de leng­te van dit stuk darm heeft, namelijk ongeveer 20 centime­ter. Dit deel is van belang als transportorgaan en als orgaan waar belang­rij­ke kanalen van de alvleesklier en de galblaas in uitmon­den.
Vanuit de 12-vingerige darm komt de brok aan in de dunne-darm.
Hieraan gekoppeld zit de alvleesklier. De alvleesklier (pan­creas) maakt hormonen en stoffen voor de spijs­ver­te­ring. Per dag wordt ongeveer een liter alvlees­sap geloosd in de 12-vingerige darm. Dit sap bevat de belang­rijke stof natrium-bicarbonaat die het zoutzuur uit de maag neutrali­seert voor­dat het de dunne darm in gaat. Voorts vindt men in het al­vlees­sap enzymen die zetmeel, vetten en eiwitten verteren (amylase, trypsine en lipa­se). De alvleessapaf­schei­ding wordt ook door hormonen gereguleerd.
Ook de lever komt hier in het spel. De lever of hepar is na  de huid het grootste orgaan van het menselijk lichaam en ligt rechts onder het middenrif. Een van de vele functies van de lever is de productie van gal. Gal komt na opslag in de gal­blaas terecht in de 12-vingerige darm waar het zorgt voor verdeling van het vet in kleine bolletjes. Eigenlijk is gal een afvalstof die nuttig gebruikt wordt bij de vertering; het bestaat namelijk uit een overblijf­sel van afge­storven rode bloedli­chaampjes. De lever is ook voor andere processen van belang. Het slaat bijvoor­beeld suiker (glucose) op in de vorm van dierlijk zetmeel (glycogeen). De mens heeft daardoor een reserve­hoe­veel­heid energie die verbrand kan worden op een moment dat we extra energie nodig hebben. De lever is ook een vitamineopslagplaats. Een andere functie is de ontgifti­ging van lichaamsvreemde stoffen. Deze stoffen worden omge­zet in stoffen die de nieren kunnen verwerken.
Na deze kleine afdwaling komen we dan toch aan in de dunne darm. Deze loopt kronkelig in de buik en heeft een lengte van ongeveer 6 meter. Het dunne­darmsap zet de in de 12-vingeri­ge darm ingezette vertering van zetmeel, eiwitten en vetten voort, zodat zij via de wand van de dunne darm opgenomen kunnen worden in het bloed. Dit proces heet resorp­tie. Resorptie verloop[t in de dunne darm uitstekend doordat de darm erg beweeglijk en een zeer groot oppervlak heeft. Dit oppervlak wordt nog groter door de darmvlokken aan de binnenzijde van de dunne darm. Darmvlokken (villi) zijn vingerachtige uittrekseltjes die vol zitten met bloed­vaatjes. De darmwand neemt niet alles op; de moleculen moeten klein genoeg zijn en soms worden grotere moleculen actief via de celwand getransporteerd. De niet bruikbare stoffen zoals bij­voorbeeld cellulose passeren de darmwand niet en worden vervoerd naar de dikke darm.
Hier tussen hangt de blindedarm (caecum) rechts onder in de buik. Bij mensen heeft het bij de vertering weinig betekenis. Onder de blinde darm hangt het worm­vormig aan­hangsel (appendix).
De dikke darm loopt vanaf de uitmonding van de dunne darm eerst naar boven, via links naar bene­den om via de endel­darm (rectum) de anus te berei­ken. De dikke darm onttrekt water aan de spijsmassa en dikt deze dus in. In de dikke darm bevinden zich diverse bacteriën. Een daarvan is de coli-bacterie, die enerzijds kan worden gebruikt wordt als referen­tie bacterie door het laboratorium onderzoek van uw zwembad­water (in de ‘nieuwe wet 2000’ geen verplichte parameter meer), anderzijds leeft die in symbiose met de mens. Dat wil zeggen dat de mens niet zonder de coli-bac­terie kan leven en de coli-bacterie maar kort zonder mens. De coli-bacterie heeft ons afval nodig omdat deze vitamine K bevat.

.

De spijsvertering