Verwarmingsystemen:
Net zoals thuis kunnen we een saunacabine verwarmen door gebruik te maken van elektriciteit, gas of hout. Natuurlijk zal ook de kachel (in de sauna spreken we vaak over ‘oven’) stralingswarmte afgeven. Een elektrische saunaoven is relatief klein en het zijn gloeispiralen met een erg klein erg heet (gloeiend) oppervlak die de warmte aan de lucht afgeven. Om deze reden is de stralingswarmte vrij direct en voelt snel agressief. Denk maar aan het straalkacheltje thuis. De gasoven is relatief groot heeft een royale stalen mantel en er ligt vaak een berg stenen bovenop. De warmteopbrengst wordt over een groot oppervlakte verdeeld waardoor de straling milder is (het stralingsoppervlak is minder heet) dan van de elektrische variant. Daarentegen duurt het veel langer voordat een saunacabine met een gasoven warm is (de grote en zware mantel en de berg stenen moeten eerst warm worden) dan die met een elektrische oven. Gas is goedkoper inkopen dan elektriciteit. Daardoor worden sauna’s die zo af en toe voor een paar uurtjes aan gezet worden vaak met een elektrische kachel uitgerust en saunacabines die hele dagen gebruikt worden van gasovens voorzien. De houtoven is erg speciaal. Net als de openhaard thuis geeft de houtoven een hele speciale warmte maar vooral geur. Een houtoven geeft een nog mildere warmte dan de gasoven. Echte saunaliefhebbers vinden een houtoven het ultieme genieten. Hout is echter relatief erg duur en het stoken op hout is arbeidsintensief. Gas en elektriciteit krijgen wij immers onbeperkt door deren tot in de oven aangeleverd maar de houtblokken moeten elk half uur aangevuld worden. Het sjouwen met hout na het zagen en kloven zien veel sauna-exploitanten niet zitten. Een elektrische oven en een gasoven kunnen we uitrusten met een thermostaat om de temperatuur te regelen maar met een houtoven moeten we dat doen door het vuur groter of kleiner te maken. Kortom veel werk maar wel enorm fijn.
.