Deel 1 Principes Hier het eerste deel van een serie trainingen, voor het management en medewerkers, werkzaam binnen de sauna- en thermenbranche. Ik zal proberen in de komende uitgaven het saunavak enige theoretische diepgang te geven en u handvatten aan te reiken om u binnen het saunavak te professionaliseren. Vandaag gaan wij ons bezig houden met de principes waarop het saunabaden berust. Deze zijn eigenlijk eenvoudig en oud. Ze gaan terug naar préhistorische tijden en bereikten hun hoogtijdagen in de Romeinse tijd en de middeleeuwen, toen openbare badhuizen, welke veel op de houten Finse blokhutsauna's leken, overal in Europa te vinden waren. Niet dat alleen de Romeinse badcultuur belangrijk is geweest voor de ontwikkeling van het saunabaden in Nederland. Kijken we de geschiedenisboeken na dan kent eigenlijk elke cultuur haar eigen badhistorie. We hoeven maar te kijken naar de Hamman, de Zweettipi’s, de Themescal, de Banja, de Sauna, Het Balneum en we kunnen zijn dat er binnen de Nederlandse bedrijven gebruik is gemaakt van grepen uit diverse badculturen. Brengen we deze diverse invloeden onder een dag dan noemen wij Nederlanders dit een sauna- en thermen. We komen hier later uitgebreid op terug. Spreken we over Sauna dan hebben wij het over een afgesloten houten ruimte waarin stenen tot een hoge temperatuur worden verhit. Met deze stenen werd de lucht verwarmd en (door convectie) ook de wanden en het plafond, van waaruit de warmte weer door straling werd overgedragen op de huid van de personen, welke zich in de ruimte bevonden. Niet voor niets is de oude benaming voor sauna-achtige baden in Duitsland en Oostenrijk "Steinschwitszbad". Ook belangrijk is de verwarming door warmtestraling. Niet door geleiding, niet door convectie, maar door infraroodstraling die wordt uitgezonden door het warme materiaal van wanden en plafond. Tegenwoordig willen we de stenenmassa nog wel eens vergeten. Veel gasovens en elektrische verwarmingssystemen werken zonder steenmassa. Goed, er liggen dan een paar stenen op de oven maar deze dienen dan alleen om een saunalepel water over te laten verdampen. Het gebrek aan deze buffer zal resulteren in een snellere schommeling van temperatuur en een beduidend ander saunaklimaat. De lucht in de sauna is niet alleen warm, maar ook zeer droog. Droge lucht is een slechte warmtegeleider en verhindert warmteoverdracht door geleiding in de lucht. De luchtvochtigheid van een goede sauna ligt tussen de 5 en 15% relatief. Bij een vochtige sauna gaat een belangrijk kenmerk van de sauna verloren omdat daarin de warmtegeleiding in de lucht een te grote speelt en onze natuurlijke afkoeling wordt belemmerd. In een goede sauna is het mogelijk om alle warme lucht uit de ruimte te vervangen door buitenlucht, terwijl toch de weldadige uitstraling van de wanden en het plafond behouden blijft. Men zou theoretisch nauwelijks merken dat een deur even openstaat. Door de sterke warmte-instraling op de huid wordt een grote hoeveelheid warmte in het lichaam gevoerd, warmte dat het lichaam ook weer moet verlaten om de juiste lichaamstemperatuur van ongeveer 37oC te behouden. Voor de afkoeling van het lichaam in de saunacabine kan geen gebruik worden gemaakt van het geleidingsmechanisme dat we normaliter gebruiken. Alles in de ruimte is immers warmer dan 37oC. Ook het warmte stralingsmechanisme wordt onmogelijk gemaakt. Er wordt immers warmte (infrarood licht) naar het lichaam toe gestraald. De enige manier om warmte kwijt te raken is door verdamping van zweet. Voor verdamping van water (zweet) is relatief veel energie nodig, dat rechtstreeks als warmte aan de huid wordt onttrokken. Naarmate de sauna droger en warmer is kan het zweet gemakkelijker verdampen en zal ons koelmechanisme beter functioneren. Omdat in de sauna gebruik wordt gemaakt van warmteoverdracht door warmtestraling vanuit het materiaal van de wanden en het plafond, zal het klimaat in de cabine ook verschillen naar mate de straling uit de diverse materialen van elkaar verschillen. Een saunacabine, opgebouwd van metalen platen, of van keurig betegelde stenen wanden, zal bij een temperatuur van 100oC een zo harde straling geven dat niemand erin kan bivakkeren. Men zou er zelfs in verbranden. De sauna blijkt uitsluitend goed te kunnen functioneren wanneer de saunacabine is opgebouwd uit een aantal specifieke houtsoorten, waarbij ook de wijze waarop het hout verwerkt en bewerkt is, van belang is. Het saunabad is echter niet enkel het opwarmen in de warme cabine, het is veel meer een spel van opwarmen, afkoelen en rusten. Het is een nauwkeurig voorgeschreven ritueel waarbinnen tegenwoordig wat vrijheden van invullen geaccepteerd worden. Alleen wanneer het lichaam na iedere opwarming weer de gelegenheid krijgt op zijn normale temperatuur terug te komen, zal men optimaal van het saunabad profiteren en ervan kunnen genieten. Alle faciliteiten en voorzieningen die in een modern sauna-instituut rond de saunacabine zijn opgebouwd, zijn daarom even belangrijk als de saunacabine zelf. De principes van de badvormen met de oorsprong in de Romeinse badcultuur zijn beduidend anders. Hier waren de ruimten veelal van marmer en steen opgebouwd. Ze dragen namen als Tepidarium, Frigidarium, Caldarium, Odarium en Laconium. Zelfs de uitdrukking “laconiek zijn” kent hier zijn oorsprong. Je moet immers wel laconiek zijn om geruime tijd in het zeer heet aanvoelende en enigszins vochtige Laconium rond het houtskool te zitten. Water en vocht zijn in deze badcultuur veel belangrijker. Verschillende baden in de meest uiteenlopende temperaturen al of niet aangevuld met medicinale kruiden zijn hier gemeengoed. Hoe vochtiger de lucht, des temeer de lucht warmte gaat geleiden. Hoe meer geleiding, hoe warmer wij dezelfde temperatuur ervaren. Dit gevoel wordt nog eens versterkt omdat vochtige lucht ons zweet minder snel laat verdampen waardoor ons afkoelmechanisme minder goed werkt. Een droge sauna van 90oC aan het plafond ervaren wij als prettig. Een stoombad van 55oC loopt u ogenblikkelijk uit. 48-49oC is hier eigenlijk acceptabel. Een whirlpool van 39-40oC ervaren we echt als enorm heet. Het blijkt telkens weer dat wij een omgeving als prettig ervaren indien de luchtvochtigheid en de temperatuur in balans zijn. Hoe heter, hoe droger en hoe natter, hoe minder warm. De ondergrens hierin is onze eigen lichaamstemperatuur van 37,5oC. Nu hebben diverse commerciële Nederlanders al deze badvormen gemixt en in een “modern” jasje gestoken. Wat hebben we dan in Nederland? Een sauna? Een thermen? Om deze reden gebruiken veel bedrijven de naam Sauna en Thermen. Maar dit is nog verre van volledig. >>naar deel 2>> >>terug naar platform info>> _____________________________________