MASSAGE: Het saunabad bewerkstelligt een ontspanning van de huid en het onderliggende spierstelsel en brengt het lichaam in de ideale conditie voor een ontspannende massage. In openbare sauna's dienen daartoe uitsluitend gediplomeerde masseurs of masseuses te worden aangesteld. Om te voorkomen dat massageolie in de baden terechtkomt, verdient het aanbeveling om zich na een massage of na het aansluitende verblijf in de saunacabine, met warm douchewater af te spoelen.
NAZWETEN: Zweten na het genot van een bad, kan nagestreefd worden als bijvoorbeeld sprake is van lichaamspakkingen bij fysiotherapeutische behandeling of in een schoonheidssalon. Na de sauna wordt het nazweten vaak als ongewenst en hinderlijk ervaren. Ongewenst nazweten is meestal het gevolg van onvoldoende afkoelen na het verblijf in een warme cabine. Het nemen van een warme douche na afloop van het saunabad kan een sterke neiging tot nazweten ten gevolge hebben. Nazweten treedt het meest op nadat men zich weer aangekleed heeft en bij de ene persoon veel duidelijker dan bij de andere. Altijd moet gewezen worden op het belang van een juiste afkoeling.
NIERFUNCTIE: Tegen de verwachting in, dat de sterke waterafscheiding door de zweetklieren en de verdamping van vocht in de ademhalingslucht, een beperking van de nierfunctie tot gevolg zal hebben, blijken de nieren gedurende het saunabad de normale hoeveelheid urine te blijven produceren. Waarschijnlijk zijn het de afkoelingen welke positief op de nierfunctie inwerken. Als na het saunabad niets gedronken wordt, is in de komende uren een duidelijke vermindering van de urinehoeveelheid te verwachten. Bij een gestoorde nierfunctie blijkt het zweet een verhoogd gehalte aan afvalstoffen te hebben. Het saunabad mag daarom als een aanvulling op de nierfunctie gezien worden. Nierdialysepatienten kunnen bij een regelmatig saunabad veel baat hebben, omdat de huid dan een deel van de nierfunctie kan overnemen.
OLIEBAD: Het toevoegen van huidolie aan warm water, bijvoorbeeld in een (eenpersoons) bubbelbad kan een goede methode zijn om de huidolie over het gehele lichaam te verspreiden. In de openbare sauna kan dit tot gevolg hebben dat na gebruik van dit bad, de olie door het hele bad verspreid raakt. Ook kan deze olie dan een extra belasting voor de zwemwaterkwaliteit vormen. Dit geldt ook voor de massageolie en zonnebrand of bruiningsmiddelen. Behandelingen met huidolie, tonics en crèmes moeten zo mogelijk alleen aan het eind van het saunabad gedaan worden om waterverontreiniging te voorkomen. OPENBARE SAUNA: Verreweg de meeste saunabaden worden in Nederland genomen in openbare sauna's. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld Finland, waar bijna iedereen over een eigen sauna beschikt. Het saunabad is hier een uitgaansgelegenheid geworden waar een groeiende groep regelmatig gebruik van maakt. Door het steeds meer aanpassen aan de wensen van de markt zijn de openbare sauna's steeds uitgebreider en luxer geworden. Ze beginnen in stijl en uitvoering steeds meer op de Romeinse Thermen te lijken waar steeds meer badvormen ter beschikking staan. Ook de Horeca voorzieningen binnen de sauna en/of de combinatie met beauty- of sportinstituut wordt steeds belangrijker. Een belangrijk kenmerk van de openbare sauna is de grote kapitaalsinvestering die gedaan moet worden. Naast de personeelskosten zijn de financieringskosten verreweg de grootste kostenpost, welke daarmee ook bepalend zijn voor de, in verhouding, vaak hoge toegangsprijzen.
OPGIETAUTOMAAT: Apparaat om automatisch water over de saunakachel te gieten. De automaten voegen meestal automatisch opgietmiddel toe en worden geschakeld met een tijdklokje met magneetklep in de watertoevoer. Omdat de opgieting een deel van het saunaritueel is, gaat met de opgietautomaat een stukje "saunaromantiek" verloren. In openbare sauna's heeft de opgietautomaat het nadeel dat het personeel dan minder in de sauna zal komen en er dus minder toezicht zal zijn.
OPGIETEMMER: Emmertje meestal van Wilge- of Kambalahout, voor het opgietwater. Inhoud meestal 4 - 5 liter. (De opgietemmer wordt soms ook wel met "kübel" betiteld dit is echter het Duitse woord en moet in het Nederlands liever niet gebruikt worden, dit geldt ook voor "oven" in plaats van "kachel"
OPGIETING: Zie Löyly.
OPGIETMIDDEL: Zie Löyly. etherischeolie, reuk-stoffen.
OPGIETSTENEN: Stenen welke zo op en in de kachel gelegd zijn dat ze een zeer hoge temperatuur bereiken. Door de stenen met water te overgieten (zie Löyly) ontstaat stoom. De stenen moeten tegen zeer grote temperatuurwisselingen bestand zijn en mogen tijdens de opgieting geen of weinig stof afgeven. Bovendien moet het Radongehalte zo laag mogelijk zijn. Natuursteensoorten als Olifijn en Periodiet zijn zeer geschikte soorten voor dit doel. Wegens het hoge Radongehalte is Graniet minder geschikt.
OPWARMTIJD: Alvorens een saunacabine kan worden gebruikt, dient ze te worden opgewarmd, niet enkel totdat de omgevingslucht onder het plafond de juiste temperatuur van minstens 90 graden bereikt heeft, maar veel meer totdat het hout ook deze temperatuur bereikt heeft en de opgeslagen energie in de vorm van Infrarood weer gaat uitstralen. Deze toestand wordt bereikt ongeveer een half tot een uur nadat de lucht voor het eerst de ingestelde temperatuur bereikt heeft. Saunakenners zeggen "een sauna moet gaar zijn"
OPWARMFASE: Binnen een complete "Saunagang. . saunarondje" de tijd die men in de saunacabine verblijft om de kerntemperatuur met een halve tot een hele graad Celsius te verhogen. De opwarmfase mag niet korter zijn dan 8 minuten en niet langer dan een kwartier. Voor een goede opwarming is de beste positie; liggend op de bovenste bank.
ONDERCHLORIGZUUR: (HClO) zie Chloorbleekloog. De desinfecterende werking van onderchlorigzuur berust op een redoxreactie* waarbij een zuustofatoom aan het onderchlorigzuur gereduceerd wordt en vervolgens oxideert met een organische stof, bijvoorbeeld een eiwit. Bij deze reactie ontstaan afvalproducten in de vorm van waterstofgas, ammoniakgas en blijven in het water chlooreiwitverbindingen in de vorm van Chlooraminen* (restchloor) achter.
OVENBAD: In Rusland is het reeds eeuwen gewoonte om een zweetbad te nemen in een, bijna afgekoelde, bakoven. De van steen gebouwde ovens zijn groot genoeg om erin plaats te kunnen nemen. De uitwerking van dit bad is enigszins met het saunabad te vergelijken. Het Ovenbad bleek niet geheel ongevaarlijk te zijn, in 1910 werd bericht dat in het gouvernement Saratov 792 mensen tijdens het verblijf in de oven waren gestorven.
.