Qualityfreaks
Vorige
pagina
E-mailadres: info@saunastudie.nl
Saunastudie
Auteursrecht
Erik Bierenbroodspot 
Disclaimer
Vraag?

 

 

 

Studiecentrum.
Saunagebruik.
Saunabedrijven.
Opleidingen.
Vacatures.
Leveranciers.
Adverteren.
Nieuwsbrief.
Weer & verkeer.
Contact.

Direct zoeken in saunastudie.nl met Google. Voer uw zoekwoord in:

Stel een vraag over sauna
Nieuws.
Sitemap.
Gastenboek.
Qualityfreaks.

Coaching & management

www.qualityfreaks.biz

 

Centraal bestelsysteem:

www.saunawebshop.com

 

Training & opleiding

www.wellnessprofs.nl

AARDSAUNA: (Holsauna, Maa-sauna)
Saunacabine volgens de oervorm van de sauna, ondergebracht in een hol in de grond. Het oorspronkelijk Finse woord voor sauna betekent "kuil". Nadat de Aardsauna, ook in Finland nauwelijks meer werd toegepast, worden deze in een moderne vorm toch weer aangeboden. Bij deze moderne sauna is het gedeelte wat zich onder het maaiveld (en beneden de bovenste bank) bevindt, uitgevoerd in beton, met wanden en plafond uit ronde Kelostammen met een doorsnede van
+ 30 cm. Het dak van de sauna wordt meestal met aarde bedekt waardoor een zeer natuurlijke atmosfeer ontstaat.

ABACHIEHOUT: (ook wel genoemd Tarawa, obechne of samba) (triplochyton scleroxylon"
Een zeer zachte houtsoort met een roomwitte kleur. De boom bereikt een hoogte van meer dan twintig meter en het hout is praktisch vrij van noesten. Het heeft een fijne, rechte nerf waardoor het hout zeer glad te schuren is. Wordt in de sauna gebruikt voor het vervaardigen van de ligbanken en hoofdsteu­nen. Voor dit doel wordt ook wel gebruikt; wilgen-, populieren (peppel)-, linden- en espenhout.

ABSORPTIE: In de context van de sauna moet onder Absorptie het vermogen van het hout om vocht op te nemen worden verstaan. Hout kan op diverse manieren waterdamp aan zich binden. Het materiaal werkt daardoor mee aan het instandhouden van het saunaklimaat. Het is een van de belangrijkste redenen waarom voor de saunabouw enkel hout als bouwmateriaal gebruikt kan worden.

ADEMHALING IN DE SAUNA: Door de ongewoon hoge temperatuur in de saunacabine ontstaat er een effect op de ademhaling, De opgewarmde lucht bevat een lager absoluut aandeel aan zuurstof, dit wordt veroorzaakt door de grote uitzetting van lucht bij verwarming. Bij warme lucht staan de zuurstofmoleculen verder van elkaar waardoor per ademteug minder zuurstof in de longen kan worden opgenomen. Door condensvorming binnen de longblaasjes, veroorzaakt doordat de temperatuur van het lichaam beneden het dauwpunt ligt, wordt de uitwisseling van zuurstof en koolzuur enigszins belemmerd. Bovenstaande is  nadelig, als men maar de regel aanhoudt dat in de sauna geen gymnastische oefeningen  of andere lichamelijke inspanningen gedaan moeten worden. Ook luid spreken in de sauna beïnvloedt de ademhaling.

AFHARDING: Eigenschap van het lichaam om zich aan barre omstandigheden te wennen. Een afgehard lichaam zal over het algemeen minder vatbaar zijn voor infectieziekten en verkoudheid. Regelmatig saunabaden, mits op de juiste wijze genomen, heeft een afharding van het lichaam tot gevolg. Dit wordt tot één van de gunstige eigenschappen van de sauna gerekend

AFKOELFASE: Van de drie delen van een saunagang; opwarmen, afkoelen, rusten, wordt het tweede deel wel de Afkoelfase genoemd. Door afkoelen, eerst met verse lucht, daarna door afspoelen en onderdompelen in koud water wordt de lichaamstemperatuur weer tot de normale waarde van ca. 37 graden teruggebracht. Tijdens de afkoelfase vindt ook de eigenlijke afharding plaats. De afkoelfase dient altijd met een warm voetenbad te worden afgesloten.

AFKOELSLANG: (Kneippslang). Bij de afspoeling volgens Kneipp, wordt er een reflectori­sche afkoeling, gepaard gaande met een systematische vernauwing van de bloedvaten in de richting van het hart verkregen. Afgespoeld wordt met een kalme waterstraal uit een, naar verhouding, wijde slang (3/4") De afspoeling dient te beginnen bij dat deel van het lichaam dat het verst van het hart verwijderd is, namelijk de rechtervoet, vervolgens de linkervoet, het rechter­been enz, met als laatste het hoofd. Door de afkoeling met koud water systematisch met de afkoelslang te beginnen wordt tevens bereikt dat het zweet wordt weggespoeld alvorens men zich in het afkoelbad begeeft. Behalve als afkoelmiddel dient de slang dus ook de hygiëne.

AFVALLEN: Het idee dat het bij een saunabad tot afbraak van lichaamsvet komt, moet helaas ontkend worden. De invloed van het saunabad op de lichaamsfuncties is te gering om op het lichaamsgewicht een directe invloed te kunnen uitoefenen. Het verlies aan lichaamsgewicht na een saunabad moet uitsluitend op het verdampen van zweet worden teruggevoerd. De sauna heeft een zeer gunstige invloed op zeer veel lichaamsfuncties, vooral op de stofwisseling en kan daarom, via een algemene conditieverbetering, zeker ook als hulpmiddel bij het afvallen beschouwd worden.

ARTERIO-VENEUSE SHUNT: Binnen de huid bestaan er netverbindingen tussen de uitlopers van de slagaders en aders. Door de sterke warmteprikkel in de saunacabine zullen deze verbindingen zich openen, waardoor een deel van het bloed niet eerst de capillairen (fijnste verbindingen in de huid) hoeft te doorstromen. Hierdoor ontstaat er een versterkte bloedstroming welke de overtollige warmte snel kan afvoeren. Een gunstiger bloedstroming naar het hart toe is daarvan het gevolg. De Nederlandse artsen Hilgers en Zegveld hebben, in samenwerking met de NSV, reeds in de zestiger jaren naar dit verschijnsel onderzoek verricht.

BADREGLEMENT: Een door de Neder­landse Saunavereniging opgesteld reglement dat tot doel heeft om de gang van zaken in de openbare sauna ordelijk te laten verlopen. Het badregelement bevat artikelen over de verantwoordelijkheid van de saunagast, met betrekking tot veiligheid en ethiek, zowel tegenover anderen als tegenover zichzelf. Bovendien worden in het reglement de verantwoordelijkheden van de saunagasten en de sauna-exploitanten en hun personeel omschreven. Het badregelement dient in een voor iedereen toegankelijke plaats te zijn opgehangen.
BANJA: Russisch bad, vochtiger en minder warm dan de sauna, van hout gebouwd, minder vochtig dan het stoombad. In Rusland, vooral Siberië, wordt meer water op de hete stenen gegoten dan in Finland.

BASAALTEMPERATUUR: Standaardtemperatuur van het menselijke lichaam. De rectaal gemeten temperatuur schommelt met een afwijking van + 0,5 graden, om de 37 Graden Celsius. Tijdens het saunabad kan de lichaamstem­peratuur oplopen tot maximaal + 38 graden Celsius. Tijdens de afkoelfase wordt deze warmte weer afgegeven. Bij een lichaamstemperatuur van 38 Graden kan gesproken worden van een lichte koorts. De grotere weerstand voor infectieziekten bij regelmatige saunagan­gers wordt toegeschreven aan deze periodieke korte "koortsperioden". Tijdens deze opwarmingen in de sauna zou het lichaam afweerstoffen tegen de, dan niet bestaande, infecties opbouwen.
Berkentwijgen: zie Vihta

BLEEKLOOG: zie Chloorbleekloog.

BLOEDDRUK: Op de bloeddruk heeft de sauna nauwelijks invloed, tijdens de opwar­ming in de saunacabine valt vaak een geringe afname van de bloeddruk te bespeuren. Bij mensen met een verhoogde druk is deze afname geringer als bij personen met een normale of lage bloeddruk. Ook is vastgesteld dat er bij personen met een lage bloeddruk een lichte verhoging in de richting van normaal kan optreden. De bloed­drukverlaging kan worden verklaard uit het verwijden van de vaten, vooral in de huid. Bij de afkoeling zal de verandering van de bloeddruk ook gering blijven. Enkel bij de onderdompeling in het dompelbad, zal er een sterke verhoging van de bloeddruk vastgesteld worden. Na vijf minuten in het warme voetenbad zal de bloeddruk zich weer geheel op de oorspronkelijke waarde ingesteld hebben.

BLOKHUTSAUNA: (ook wel balkenca­bine) De sauna in zijn oorspronkelijke uitvoering bestaat uit los op elkaar gestapelde houten balken met een wanddikte van 15 tot 25 centimeter. (Bij saunacabines welke zijn gebouwd van Kelostammen kan de wanddikte nog beduidend groter zijn) De balken zijn meestal met een veer en groefverbinding met elkaar verbonden. Bij een minimale dikte van minstens 6 centimeter behoeft in principe geen extra warmte-isolatie te worden ingebouwd. Er moet echter rekening worden gehouden met tocht omdat de balken bij uitdrogen kunnen kromtrekken. Binnen de blokhut bevinden zich meestal ook een voorportaal en een douche en wasruimte, vaak ook nog kleedkamers en een zitruimte. Bij blokhutten welke buiten geplaatst worden is het uiterst belangrijk dat de isolatie- waarde van het dak minstens zo groot is als die van de wanden. Ook aan de aansluiting van het dak op de wanden dient grote aandacht te worden besteed vaak vertonen de hier verkochte cabines op dat punt grote fouten en gaat er dus veel energie verloren. Trekken en krimpen van de balken kan lekkage van warme lucht tot gevolg hebben, daarom is het van belang om eerste klas, kunstmatig gedroogd, hout te gebruiken. Een moderne methode, waarbij de balken eerst worden doorgezaagd en vervolgens weer verlijmd, kan trekken en krimpen beperken.

BRANDBESCHERMPLATEN: zie brandvei­ligheid.

BRANDVEILIGHEID: De ontstekingstem­peratuur van droog hout ligt bij ca. 200 graden Celsius. Om brand­veiligheidsredenen is het dus van belang het hout van plafond, wanden en banken tegen deze extreme temperaturen te beschermen. In de sauna gaan de gevaren vooral uit van de stralingswarmte van de kachel. Daarom is het aan te bevelen om de wanden achter de kachel uit te voeren in brandvrij materiaal (stenen muren) en het plafond boven de kachel van een brandbeschermplaat te voorzien. Deze plaat uit niet brandbaar materiaal kan beter niet uit metaal bestaan omdat dat metaal, als het eenmaal de omgevingstemperatuur heeft aangenomen, ook warmte zal uitstralen. Platen uit gips- of cementachtig materiaal (Promatect, Fermacell ed ) zijn aan te bevelen. De platen moeten altijd zo aangebracht worden dat zich tussen de plaat en het materiaal minstens 2 centimeter lucht bevindt. Bij openbare sauna's dient grote aandacht te worden besteed aan noodverlichting, nooduitgangen en het vrijhouden van vluchtwegen. Het plannen en beheer van brandblusmiddelen dient te geschieden naar aanwijzingen van de brandweer of de bouwvergunning. Soms worden door verzekeringen daarvoor nog extra aanwijzingen gegeven, het strikt opvolgen van deze aanwijzingen en maatregelen is noodzakelijk om bij een eventuele brand-, of waterschade afwikkeling op een tevredenstellende afdoening te kunnen vertrouwen.

BRUISBAD: zie whirlpool

BUBBELBAD: zie whirlpool

CALDARIUM: In het antieke Rome de warme ruimte in de Therme. De ruimte was dan door middel van een Hypokaustische verwarming vanuit een holle ruimte onder de vloer en holle wanden, verwarmd. De temperatuur was zodanig dat men houten sandalen moest dragen om de voeten niet te verbranden. In de grote Keizersthermen was in het Caldarium plaats voor meer dan duizend mensen. In de moderne Therme komt het Caldarium meer en meer terug, vaak traditioneel met marmer betegeld, verwarmd met vloerverwarmingsystemen en speciale reuk-stofverstuiving.

CALORIE: (zie ook Joule) Verouderde maar nog steeds veel gebruikte eenheid voor energie.
1 Calorie is de hoeveelheid warmte welke nodig is om 1 gram water 1 gram in temperatuur te doen stijgen. Bij de omrekening naar de nieuwe eenheid, de Joule geldt; 1 Calorie = 4,184 Joule

CHLOOR : Chemisch element, behorend tot de halogenen of zoutvormers. In de sauna wordt chloor gebruikt voor de desinfectie van zwembadwater en voor algemene desinfectiedoeleinden, in de vorm van onderchlorigzuur

CHLOORAMINEN: Reststoffen welke achterblijven nadat eiwitten (bijv. bacteriën) door onderchlorig zuur geoxideerd zijn. Het is met name het monochlooramine dat voor een irriterende chloorlucht kan zorgen. Door verhoging van het chloorgehalte kunnen di- en tri- Chlooraminen ontstaan welke minder irriterend zijn. Klachten over "teveel chloor" in het water kunnen worden verholpen door toevoeging van extra chloor! (Houdt de pH nauwkeurig in de gaten!)

CHLOORBLEEKLOOG: (Natriumhypochloriet. Chloorverbinding met een gehalte aan vrij werkzaam chloor van 150 mg. Per liter bij de produktie. In de openbare sauna vooral gebruikt voor de desinfectie van zwembadwater. Het gehalte aan werkzaam   chloor neemt bij opslag betrekkelijk snel af. In Chloorbleekloog wordt het Natriumhypochloriet met Natronloog gebufferd. (Dit is nodig om een versneld uittreden van chloorgas te voorkomen) Een bijkomend gevolg van deze buffering is, dat bij gebruik van bleekloog de zuurgraad of pH omhoog gaat. Een pH-correctie door middel van zout/ of verdund zwavelzuur, (in grotere installaties ook wel koolzuurgas) is daarom altijd nodig. Bij toevoeging van bleekloog aan water ontstaat de eigenlijke werkzame stof onderchlorigzuur (HCl0) Het gehalte aan onderchlorigzuur is in hoge mate afhankelijk van de zuurgraad. Zwembadwater is optimaal desinfecterend bij een pH getal iets boven 7. Bij een pH getal beneden 7. is de desinfectie weliswaar  hoger, maar dan bestaat de kans dat het chloor gaat uitgassen waardoor de kans op geïrriteerde ogen aanwezig is. Bij een nog verdere verlaging van de pH zal de huid geïrriteerd raken en zal badkleding verkleuren. Chloorbleekloog is een etsende en gevaarlijke stof; bij vermenging van bleekloog met zuur kan zuiver chloorgas ontstaan. (Dit is een dodelijk giftig gas!) Chloorbleekloog kan door elektrolyse van keukenzout; ter plaatse gemaakt worden. Door het lagere chloorgehalte en het praktisch ontbreken van natronloog is deze stof minder gevaarlijk dan ingekocht bleekloog. Bovendien valt dan het probleem van vervoer en opslag van de gevaarlijke stof praktisch weg. Het gehalte van vrij werk­zaam chloor in zwembadwater dient te liggen tussen 0,5 en 1 mg per liter. Als voor de desinfectie tevens van Ozon of Ultraviolet licht  gebruik gemaakt wordt, mag het gehalte aan vrij werkzaam chloor lager zijn.

CONDENSATIE: De overgang van de gasvormige naar de vloeibare fase. (Tegengesteld verdampen) bij condensatie komt warmte vrij, terwijl er voor verdampen warmte (verdampingswarmte) nodig is. De condensatiewarmte en de verdampingswarmte zijn  aan elkaar gelijk en gegeven voor iedere stof. De verdampingscondensatie-warmte voor water bedraagt 633 Watt per liter. Bij het verdampen van 1 liter zweet wordt 633 Watt (= 530 Kcal) aan het lichaam onttrokken.

CONDENSATIEWARMTE: Zie ook con­densatie. Bij de opgieting van water op de kachelste­nen kan op de huid condensatiewater vrijkomen, hetgeen tot een sterke maar kortstondige opwarming van de huid kan leiden. De verwarming van het stoombad berust geheel op het vrijkomen van Condensatie­warmte. (Zodra het stoombad boven het dauwpunt komt, verdwijnt de mist en voelt het stoombad direct minder warm aan, door het inblazen van koude lucht zal er weer mist ontstaan en zal de gevoelstemperatuur ook weer hoger worden)

CONVECTIE: In de warmtetechniek, één van de transportmethoden voor warmte. Door het opstijgen van warme lucht boven de saunakachel zal er een stroming van warme lucht naar het plafond plaatsvinden. Langs het plafond zal deze lucht weer afkoelen en, samen met de ademhalingslucht, door de banken naar beneden bewegen, waar de lucht, ook door Convectie kan worden afgezogen.
.
Sauna-
Encyclopedie
 A/B/C
w x y z.
t u v.
p q r s.
m n o.
j k l.
a b c.
d e f .
g h i.