Qualityfreaks
Vorige
pagina
E-mailadres: info@saunastudie.nl
Saunastudie
Auteursrecht
Erik Bierenbroodspot 
Disclaimer
Vraag?

 

 

 

Studiecentrum.
Saunagebruik.
Saunabedrijven.
Opleidingen.
Vacatures.
Leveranciers.
Adverteren.
Nieuwsbrief.
Weer & verkeer.
Contact.

Direct zoeken in saunastudie.nl met Google. Voer uw zoekwoord in:

Stel een vraag over sauna
Nieuws.
Sitemap.
Gastenboek.
Qualityfreaks.

Coaching & management

www.qualityfreaks.biz

 

Centraal bestelsysteem:

www.saunawebshop.com

 

Training & opleiding

www.wellnessprofs.nl

Deel 4: Wat gebeurt er met ons lichaam tijdens het saunabad (vervolg)

Zoals ik met u heb afgesproken zal ik in dit artikel ingaan op het proces van afkoelen van het lichaam na de opwarming in één van de faciliteiten van het thermenbad. Om het proces van opwarmen en afkoelen goed te begrijpen is het belangrijk om eerst wat meer over onze huid te weten.

De huid
De huid ligt aan de oppervlakte en is daarom duide­lijk zicht­baar. De buitenste laag van de huid die wij kunnen waarne­men is een deel van de opper­huid, namelijk de hoornlaag. Deze laag bestaat uit dood materiaal dat ontstaat doordat onder­lig­gende cellen afsterven. Bij eeltvor­ming is deze laag sterk uitgebreid. In de onderste laag van de opperhuid zitten bruine kor­reltjes pigment, ook wel melanine genoemd. Deze stof wordt gemaakt door speciale cellen: melanocy­ten. De melanocyt wordt geacti­veerd door ultraviolet licht, waardoor meer melanine in de huid komt en we er bruiner uitzien.

Onder de onderste laag van de opper­huid ligt de lederhuid. Deze laag bevat een grote hoeveelheid bloedvaten en zenuwen, drie miljoen zweet­klie­ren, de haarzakjes en talg­kliertjes. De leder­huid speelt een grote rol bij de temperatuurregulatie. Zoals bekend is onze li­chaamstemperatuur 37 graden Celsius. Om het li­chaam op deze temperatuur te houden vinden veel processen plaats. Deze temperatuur van 37 graden geldt overigens maar voor een deel van ons li­chaam; de kern. Deze kern beslaat het inwendige deel van de romp en het hoofd.
Ons lichaam bevat zintuigen die afwijkingen in de tempe­ratuur registreren: thermosensoren. Er zijn centrale en perifere thermosensoren. De centrale thermosen­sor bevindt zich in de hypothalamus die in het midden van het hoofd ligt. Een stukje van de hypothalamus wordt geprik­keld wanneer er "koud" bloed langs stroomt, een ander gedeelte wanneer er "warm" bloed langs stroomt. Deze prikkeling veroor­zaakt een vaat­vernauwing of vaatver­wijding in de huid.
De perifere thermosensoren liggen in de huid. Ook hier zijn koude- en warmte­senso­ren. De koudesenso­ren worden ge­prik­keld wanneer de huid afkoelt, de warmtesenso­ren reage­ren op een temperatuurtoena­me. Naast reactie op tempera­tuurveran­dering geven ze ook informatie over de bestaande constante tem­pera­tuur. De koudesensoren registreren een con­stante temperatuur van 18 tot 35 graden Celsius en de warmtesen­soren van 30 tot 47 gra­den Celsius. Beneden 25 graden Celsius geven de koud­esen­soren niet meer een con­stante tem­peratuur aan, maar al­leen de ge­waarwording koud. Wel kunnen nog tempe­ratuurverschillen worden geregistreerd. Iemand die in water zwemt van 18 graden voelt dat het koud is, maar niet dat dit kouder is dan water van 20 graden, tenzij plotseling de watertemperatuur ver­andert, bijvoorbeeld doordat men tijdens het zwemmen in koude of warme stro­min­gen komt. Boven de 45 gra­den reageren de koude sen­soren ook weer, vandaar dat soms bij een heet (bub­bel)bad of tijdens een zeer intensieve lőyly een 'koudesensatie' kan ontstaan.

Zowel in de schil als in de kern worden dus tem­pera­turen waargeno­men. Bij een lage omgevingstemperatuur (minder dan 30 graden) is er een gevaar voor onderkoeling van het lichaam. Er treedt daarom een vernauwing van de bloed­vaten in de huid op waardoor er minder warmte-uitwisseling met de omge­ving plaatsvindt. Voorts zien we het ver­schijnsel kippenvel optreden. Doordat spiertjes, die ge­hecht zijn aan de haartjes, samentrekken, wordt het haartje recht­op gezet en bolt de huid iets op rond de haar. Bij dieren ver­groot dit rechtop­staan van de ha­ren het iso­lerend vermo­gen, doordat de lucht­laag in de vacht isole­rend gaat wer­ken, maar bij mensen is nau­welijks meer van belang.
Wel belangrijk is de schild­klier. Bij grote koude prik­kelt de hypothalamus de hy­pofyse (hersenaan­hangsel) die het hor­moon TSH maakt. Dit hormoon zorgt ervoor dat de schildklier harder gaat werken, met als gevolg een hogere activiteit in de cellen van ons lichaam. De kachel wordt als het ware harder opgestookt zodat meer warmte vrij­komt. Rillen en klappertan­den zijn processen die ook zorgen voor meer warmteproduc­tie. Aan handen en voeten verandert de bloedsomloop bij koude invloeden. De huid wordt minder doorbloed, de circulatie vindt plaats in de diepere bloedvaten. Dit heeft tot gevolg dat de warmte beter in het li­chaam blijft.
Bij een hoge omgevingstemperatuur treedt vaatverwijding op, er kan nu meer warmte-uitwisseling plaatsvinden. Vaak is echter het tempera­tuursver­schil tussen de omgeving en de huid te klein om het lichaam voldoende te laten afkoelen. De zweetkliertjes worden dan (boven de 30 graden) geprikkeld tot zweetproductie. De verdamping van dit zweet onttrekt energie aan de huid en daardoor koelt de huid af. In het algemeen heeft ie­dereen een eigen kenmerken­de kerntemperatuur waarbo­ven de zweetse­cretie sterk op gang komt. Voor vrouwen ligt het startpunt voor zweten gemiddeld hoger dan voor mannen, dat wil zeg­gen: vrouwen transpireren min­der snel dan mannen. Wanneer we zweten verliezen we vocht en zouten. Het zweet bevat echter minder zouten dan de li­chaamsvloeistof. We verliezen dus meer vocht dan zout. Het lichaam wordt rela­tief dan ook steeds zou­ter waar­door het niet zinvol is om na zware inspan­ning of een saunaronde zout te eten want dan wor­den we nog zouter. Drinken van water of vruchtensap is dan zinvoller. Zweet wordt rechtstreeks aan het bloed onttrokken en be­staat voor 99% uit water.

Afkoelen
Afkoelen neemt een even belangrijke plaats in de saunaronde als de opwarming en het rusten. We gaan na een opwarming altijd eerst naar buiten, of als hier geen mogelijkheden voor aanwezig zijn gaan we voor een open raam staan om rustig een aantal teu­gen frisse buitenlucht in te ademen. Dit is belangrijk om het geconden­seerde longoppervlak van vocht te ontdoen, zodat de uitwisse­ling tussen zuurstof en koolzuur geoptimaliseerd wordt. We zweten nog wat na, lopen rustig zonder inspannin­gen wat heen en weer (diep uit­ademen is belangrijker dan ineens een grote teug lucht binnen te halen). Na een paar minuten begint het lichaam aan de huid zijn normale temperatuur en functies terug te krijgen en kunnen we inten­siever gaan afkoelen. U mag buiten blijven tot u het koud krijgt.

Tijdens het afkoelproces zullen de bloedvaten, vooral in de huid, vernauwen. Zoals  al hebben gezien is dit eigenlijk de reactie van het lichaam om de warmte in het lichaam vast te houden.

Kneipp
Of pastor Kne­ipp (1821-1897) gelijk heeft kunnen we over discus­siëren, maar zijn afkoelmethode wordt binnen de sauna­wereld veelvuldig toegepast. Het berust eigenlijk op de menselijke reactie. Wat zien we als er iemand een koud zwem­bad in moet? De bader stopt eerst een teen in het water, waarna de an­dere voet volgt. Na een kniel voor het bad worden de beide armen nat gemaakt, met de natge­maakte armen gooien we een plons over onze borst waarna we ons lichaam aan het water toevertrouwen. Met de afkoelslang doen we eigen­lijk niets anders. De bedoeling is om het lichaam te koelen zodat onze bloedvaten onder invloed van deze kou niet ineens, maar stap voor stap gaan sa­mentrekken. Om het hart niet te veel te be­lasten is het de bedoeling om te beginnen met koelen zo ver mogelijk van het hart af. We starten bij de voeten en benen, vervolgens de armen, rug en eindi­gen met het hoofd en de borst. Als uw saunagast nu toch in één keer vanuit de sauna met een plons in het dompelbad wil springen, neemt hij of zij het risico dat door de optredende bloeddrukverho­ging (alle vaten vernauwen zich ogenblikkelijk), een grote hartbelasting veroorzaakt wordt. Dit komt omdat de vaatinhoud (vernauwing) vermindert maar het volume (hoeveelheid bloed) gelijk blijft. Veel mensen houden er een enorme hoofdpijn aan over, vooral als het hoofd niet mee gekoeld wordt. Daarnaast is het vanzelfsprekend absoluut niet hygiënisch om bezweet van de baden gebruik te maken. Wat ik hier mee wil zeggen is dat afkoelen erg belang­rijk is, maar doe dit met discipline. Uw gasten hoeven niet exact de methode van Kneipp toe te passen, maar koel rustig stap voor stap af en dat koude dompel­bad is echt geen must. Liever langdurig afkoelen in 20oC dan een paar seconden in 12oC. We moeten immers ook dieper gelegen lichaamsdelen koelen.

Het zwembad
Aangenomen dat we onder afkoelen verstaan; datge­ne wat wij ondergaan beneden onze lichaamstempe­ratuur, zullen we hier het zwemmen ook moeten on­derbren­gen. Het zwem­bad is een onderdeel van de afkoeling ook al heeft het water een tempe­ratuur van 30oC. Uw gasten kunnen rustig zonder te veel in­span­ning blijven zwemmen totdat zij het koud krijgen. Hier geldt eigenlijk weer hetzelfde. Het lichaam heeft mecha­nismen in huis om de lichaamstemperatuur zo veel mogelijk te handhaven. Er volgt warmteafgifte uit de organen en de vaten vernauwen zich, zodat de opper­vlakten van het lichaam zo optimaal mogelijk van "warm bloed" wor­den voor­zien). Dit mechanisme schiet tekort en de lichaamstemperatuur komt beneden normaal. Veel mensen lossen dit op door stevig een aantal baantjes te trekken waarbij de spierarbeid warmte afgeeft. Aangezien het lichaam passief hard ge­werkt heeft is dit af te raden.

Theoretisch zult u ongeveer dezelfde tijd moet uittrekken voor het afkoelproces als u gebruikt heeft voor de opwarming. Graag neem ik u in de volgende uitgave verder mee in de saunaronde.

>>naar deel 5>>
>>terug naar platform info>>

____________________________________