Deel 4: Wat gebeurt er met ons lichaam tijdens het saunabad (vervolg)
Zoals ik met u heb afgesproken zal ik in dit artikel ingaan op het proces van afkoelen van het lichaam na de opwarming in één van de faciliteiten van het thermenbad. Om het proces van opwarmen en afkoelen goed te begrijpen is het belangrijk om eerst wat meer over onze huid te weten.
De huid
De huid ligt aan de oppervlakte en is daarom duidelijk zichtbaar. De buitenste laag van de huid die wij kunnen waarnemen is een deel van de opperhuid, namelijk de hoornlaag. Deze laag bestaat uit dood materiaal dat ontstaat doordat onderliggende cellen afsterven. Bij eeltvorming is deze laag sterk uitgebreid. In de onderste laag van de opperhuid zitten bruine korreltjes pigment, ook wel melanine genoemd. Deze stof wordt gemaakt door speciale cellen: melanocyten. De melanocyt wordt geactiveerd door ultraviolet licht, waardoor meer melanine in de huid komt en we er bruiner uitzien.
Onder de onderste laag van de opperhuid ligt de lederhuid. Deze laag bevat een grote hoeveelheid bloedvaten en zenuwen, drie miljoen zweetklieren, de haarzakjes en talgkliertjes. De lederhuid speelt een grote rol bij de temperatuurregulatie. Zoals bekend is onze lichaamstemperatuur 37 graden Celsius. Om het lichaam op deze temperatuur te houden vinden veel processen plaats. Deze temperatuur van 37 graden geldt overigens maar voor een deel van ons lichaam; de kern. Deze kern beslaat het inwendige deel van de romp en het hoofd.
Ons lichaam bevat zintuigen die afwijkingen in de temperatuur registreren: thermosensoren. Er zijn centrale en perifere thermosensoren. De centrale thermosensor bevindt zich in de hypothalamus die in het midden van het hoofd ligt. Een stukje van de hypothalamus wordt geprikkeld wanneer er "koud" bloed langs stroomt, een ander gedeelte wanneer er "warm" bloed langs stroomt. Deze prikkeling veroorzaakt een vaatvernauwing of vaatverwijding in de huid.
De perifere thermosensoren liggen in de huid. Ook hier zijn koude- en warmtesensoren. De koudesensoren worden geprikkeld wanneer de huid afkoelt, de warmtesensoren reageren op een temperatuurtoename. Naast reactie op temperatuurverandering geven ze ook informatie over de bestaande constante temperatuur. De koudesensoren registreren een constante temperatuur van 18 tot 35 graden Celsius en de warmtesensoren van 30 tot 47 graden Celsius. Beneden 25 graden Celsius geven de koudesensoren niet meer een constante temperatuur aan, maar alleen de gewaarwording koud. Wel kunnen nog temperatuurverschillen worden geregistreerd. Iemand die in water zwemt van 18 graden voelt dat het koud is, maar niet dat dit kouder is dan water van 20 graden, tenzij plotseling de watertemperatuur verandert, bijvoorbeeld doordat men tijdens het zwemmen in koude of warme stromingen komt. Boven de 45 graden reageren de koude sensoren ook weer, vandaar dat soms bij een heet (bubbel)bad of tijdens een zeer intensieve lőyly een 'koudesensatie' kan ontstaan.
Zowel in de schil als in de kern worden dus temperaturen waargenomen. Bij een lage omgevingstemperatuur (minder dan 30 graden) is er een gevaar voor onderkoeling van het lichaam. Er treedt daarom een vernauwing van de bloedvaten in de huid op waardoor er minder warmte-uitwisseling met de omgeving plaatsvindt. Voorts zien we het verschijnsel kippenvel optreden. Doordat spiertjes, die gehecht zijn aan de haartjes, samentrekken, wordt het haartje rechtop gezet en bolt de huid iets op rond de haar. Bij dieren vergroot dit rechtopstaan van de haren het isolerend vermogen, doordat de luchtlaag in de vacht isolerend gaat werken, maar bij mensen is nauwelijks meer van belang.
Wel belangrijk is de schildklier. Bij grote koude prikkelt de hypothalamus de hypofyse (hersenaanhangsel) die het hormoon TSH maakt. Dit hormoon zorgt ervoor dat de schildklier harder gaat werken, met als gevolg een hogere activiteit in de cellen van ons lichaam. De kachel wordt als het ware harder opgestookt zodat meer warmte vrijkomt. Rillen en klappertanden zijn processen die ook zorgen voor meer warmteproductie. Aan handen en voeten verandert de bloedsomloop bij koude invloeden. De huid wordt minder doorbloed, de circulatie vindt plaats in de diepere bloedvaten. Dit heeft tot gevolg dat de warmte beter in het lichaam blijft.
Bij een hoge omgevingstemperatuur treedt vaatverwijding op, er kan nu meer warmte-uitwisseling plaatsvinden. Vaak is echter het temperatuursverschil tussen de omgeving en de huid te klein om het lichaam voldoende te laten afkoelen. De zweetkliertjes worden dan (boven de 30 graden) geprikkeld tot zweetproductie. De verdamping van dit zweet onttrekt energie aan de huid en daardoor koelt de huid af. In het algemeen heeft iedereen een eigen kenmerkende kerntemperatuur waarboven de zweetsecretie sterk op gang komt. Voor vrouwen ligt het startpunt voor zweten gemiddeld hoger dan voor mannen, dat wil zeggen: vrouwen transpireren minder snel dan mannen. Wanneer we zweten verliezen we vocht en zouten. Het zweet bevat echter minder zouten dan de lichaamsvloeistof. We verliezen dus meer vocht dan zout. Het lichaam wordt relatief dan ook steeds zouter waardoor het niet zinvol is om na zware inspanning of een saunaronde zout te eten want dan worden we nog zouter. Drinken van water of vruchtensap is dan zinvoller. Zweet wordt rechtstreeks aan het bloed onttrokken en bestaat voor 99% uit water.
Afkoelen
Afkoelen neemt een even belangrijke plaats in de saunaronde als de opwarming en het rusten. We gaan na een opwarming altijd eerst naar buiten, of als hier geen mogelijkheden voor aanwezig zijn gaan we voor een open raam staan om rustig een aantal teugen frisse buitenlucht in te ademen. Dit is belangrijk om het gecondenseerde longoppervlak van vocht te ontdoen, zodat de uitwisseling tussen zuurstof en koolzuur geoptimaliseerd wordt. We zweten nog wat na, lopen rustig zonder inspanningen wat heen en weer (diep uitademen is belangrijker dan ineens een grote teug lucht binnen te halen). Na een paar minuten begint het lichaam aan de huid zijn normale temperatuur en functies terug te krijgen en kunnen we intensiever gaan afkoelen. U mag buiten blijven tot u het koud krijgt.
Tijdens het afkoelproces zullen de bloedvaten, vooral in de huid, vernauwen. Zoals al hebben gezien is dit eigenlijk de reactie van het lichaam om de warmte in het lichaam vast te houden.
Kneipp
Of pastor Kneipp (1821-1897) gelijk heeft kunnen we over discussiëren, maar zijn afkoelmethode wordt binnen de saunawereld veelvuldig toegepast. Het berust eigenlijk op de menselijke reactie. Wat zien we als er iemand een koud zwembad in moet? De bader stopt eerst een teen in het water, waarna de andere voet volgt. Na een kniel voor het bad worden de beide armen nat gemaakt, met de natgemaakte armen gooien we een plons over onze borst waarna we ons lichaam aan het water toevertrouwen. Met de afkoelslang doen we eigenlijk niets anders. De bedoeling is om het lichaam te koelen zodat onze bloedvaten onder invloed van deze kou niet ineens, maar stap voor stap gaan samentrekken. Om het hart niet te veel te belasten is het de bedoeling om te beginnen met koelen zo ver mogelijk van het hart af. We starten bij de voeten en benen, vervolgens de armen, rug en eindigen met het hoofd en de borst. Als uw saunagast nu toch in één keer vanuit de sauna met een plons in het dompelbad wil springen, neemt hij of zij het risico dat door de optredende bloeddrukverhoging (alle vaten vernauwen zich ogenblikkelijk), een grote hartbelasting veroorzaakt wordt. Dit komt omdat de vaatinhoud (vernauwing) vermindert maar het volume (hoeveelheid bloed) gelijk blijft. Veel mensen houden er een enorme hoofdpijn aan over, vooral als het hoofd niet mee gekoeld wordt. Daarnaast is het vanzelfsprekend absoluut niet hygiënisch om bezweet van de baden gebruik te maken. Wat ik hier mee wil zeggen is dat afkoelen erg belangrijk is, maar doe dit met discipline. Uw gasten hoeven niet exact de methode van Kneipp toe te passen, maar koel rustig stap voor stap af en dat koude dompelbad is echt geen must. Liever langdurig afkoelen in 20oC dan een paar seconden in 12oC. We moeten immers ook dieper gelegen lichaamsdelen koelen.
Het zwembad
Aangenomen dat we onder afkoelen verstaan; datgene wat wij ondergaan beneden onze lichaamstemperatuur, zullen we hier het zwemmen ook moeten onderbrengen. Het zwembad is een onderdeel van de afkoeling ook al heeft het water een temperatuur van 30oC. Uw gasten kunnen rustig zonder te veel inspanning blijven zwemmen totdat zij het koud krijgen. Hier geldt eigenlijk weer hetzelfde. Het lichaam heeft mechanismen in huis om de lichaamstemperatuur zo veel mogelijk te handhaven. Er volgt warmteafgifte uit de organen en de vaten vernauwen zich, zodat de oppervlakten van het lichaam zo optimaal mogelijk van "warm bloed" worden voorzien). Dit mechanisme schiet tekort en de lichaamstemperatuur komt beneden normaal. Veel mensen lossen dit op door stevig een aantal baantjes te trekken waarbij de spierarbeid warmte afgeeft. Aangezien het lichaam passief hard gewerkt heeft is dit af te raden.
Theoretisch zult u ongeveer dezelfde tijd moet uittrekken voor het afkoelproces als u gebruikt heeft voor de opwarming. Graag neem ik u in de volgende uitgave verder mee in de saunaronde.
>>naar deel 5>>
>>terug naar platform info>>
____________________________________