Qualityfreaks
Vorige
pagina
E-mailadres: info@saunastudie.nl
Saunastudie
Auteursrecht
Erik Bierenbroodspot 
Disclaimer
Vraag?

 

 

 

Studiecentrum.
Saunagebruik.
Saunabedrijven.
Opleidingen.
Vacatures.
Leveranciers.
Adverteren.
Nieuwsbrief.
Weer & verkeer.
Contact.

Direct zoeken in saunastudie.nl met Google. Voer uw zoekwoord in:

Stel een vraag over sauna
Nieuws.
Sitemap.
Gastenboek.
Qualityfreaks.

 

 

Training & opleiding

www.wellnessprofs.nl

De huid

Het menselijke lichaam bestaat uit een onnoemelijk groot aantal cellen (vele biljoenen). Het lichaam is als het ware een kolonie van cellen. Elke cel beschikt over enige le­venseigenschap­pen. Een cel is een levend wezen; zij neemt stoffen op uit de omgeving waarin zij voorkomt en geeft er weer stoffen aan af. Dit proces heet stofwisse­ling. De opgenomen stoffen worden in de cel ontleed, ten dele ge­bruikt voor celopbouw en groei, ten dele om als reserve te wor­den opgeslagen. De cel heeft hiervoor energie nodig; deze wordt gehaald uit de opgenomen voe­dingsstof­fen. Voor de omzetting in energie is zuurstof nodig. De cel krijgt deze zuurstof door zoge­naamde 'cel­adem­haling'. Hierbij wordt zuurstof opgenomen en kooldi­oxide afgegeven. Met de vrijgekomen energie kan de cel arbeid verrichten.
De cel reageert op prikkels van buiten af met of beweging het zij een bepaalde stof af te scheiden.
Ten slotte kan een cel zich vermenigvuldigen door middel van deling.
Heeft men nu een groep cellen met een zelfde functie en bouw, dan spreekt men van weefsel. Een aantal weefsels kan samen een orgaan vormen.

De opperhuid
De huid ligt aan de oppervlakte en is daarom duide­lijk zicht­baar. De buitenste laag van de huid die wij kunnen waarne­men is een deel van de epidermis (opper­huid; epi is op en dermis is huid), namelijk de hoornlaag. Deze laag bestaat uit dood materiaal dat ontstaat doordat onder­lig­gende cellen afsterven. Bij eeltvor­ming is deze laag sterk uitgebreid.
De huidcel ontwikkelt zich van binnen naar buiten. Zij wordt als het ware geboren in de basaalmem­braam, de binnen­ste laag van de epidermis. Zij groeit vervolgens in de slijmlaag en blijft in de hoornlaag als dode stof be­scher­mend functioneren. Tijdens het afsterven van de cellen wordt de stof keratine ge­vormd die de huid on­doordring­baar voor water maakt. Na het weken in een (zwem)bad dringt het water toch door de huid en wordt deze rimpelig. Voorts is deze stevige hoornachtige stof keratine sterk aan­wezig in nagels en haren. Op plaatsen waar de huid zacht is (bij de lichaamsopeningen) is weinig kerati­ne aanwezig. Vaak is er dan een bescher­ming door slijmvliezen, zoals in de neus of vagina.
In de onderste laag van de opperhuid zitten bruine kor­reltjes pigment, ook wel melanine genoemd. Deze stof wordt gemaakt door speciale cellen: melanocy­ten. De melanocyt wordt geacti­veerd door ultraviolet licht, waardoor meer melanine in de huid komt en we er bruiner uitzien. Het productieve vermo­gen van een melanocyt bij een neger is hoger dan bij een blanke, wat resulteert in een opval­lend huidskleur­ver­schil. Dit verschil is er omdat te veel ultra­violet licht schadelijk kan zijn. Van oorsprong woonden mensen met donkere huiden meer rond de evenaar en de blanke mensen meer in de gebie­den met minder zonlicht. Als een soort bescherming wordt melanine gevormd om zonlicht tegen te houden. Onze huid bezit nog wel enige aanpassing, maar tot op zekere hoogte. Een blanke die naar zonnige oorden ver­huist, heeft minder bescherming. Huidkanker komt bij blanken in die gebieden relatief veel voor. Ook donkere mensen die naar Neder­land komen kunnen problemen krijgen. Een donkere huid laat weinig ultraviolet licht door. Huid­cellen absorberen dit ultra­violet licht normaal gesproken om vitamine D te vormen. Er ontstaat dan een vitamine D tekort. Dit vita­mine is nodig voor de vorming van bot. Dus hoe raar het ook mag klinken, een neger bij u op de zonne­bank is zo gek nog niet.

De Lederhuid
Onder de basaalmembraan, de onderste laag van de opper­huid, ligt de lederhuid of subdermis. Deze laag bevat een grote hoeveelheid bloedvaten en zenuwen, drie miljoen zweet­klie­ren, de haarzakjes en talg­kliertjes. De leder­huid speelt een grote rol bij de temperatuurregulatie. Zoals bekend is onze li­chaamstemperatuur 37 graden Celsius. Om het li­chaam op deze temperatuur te houden vinden veel processen plaats. Deze temperatuur van 37 graden geldt overigens maar voor een deel van ons li­chaam; de kern. Deze kern beslaat het inwendige deel van de romp en het hoofd. De echte inwendige lichaams­tempe­ratuur is daarom het meest betrouwbaar in de kern te meten, bijvoorbeeld rectaal. Onder de oksel wordt ook wel de lichaamstemperatuur bepaald, dit is echter niet de juiste kerntemperatuur. We meten dan in de schil van ons lichaam. Deze schil is onder ande­re de huid en de ledema­ten. Hoe verder men van de kern verwijderd is, des te meer kan de temperatuur afwijken van de "normale" 37 graden.

Ons lichaam bevat zintuigen die afwijkingen in de tempe­ratuur registreren: thermosensoren. Er zijn centrale en perifere thermosensoren. De centrale thermosen­sor bevindt zich in de hypothalamus die in het midden van het hoofd ligt.
Een stukje van de hypothalamus wordt geprik­keld wanneer er "koud" bloed langs stroomt, een ander gedeelte wanneer er "warm" bloed langs stroomt. Deze prikkeling veroor­zaakt een vaat­vernauwing of vaatver­wijding in de huid.
De perifere thermosensoren liggen in de huid. Ook hier zijn koude- en warmte­senso­ren. De koudesenso­ren worden ge­prik­keld wanneer de huid afkoelt, de warmtesenso­ren reage­ren op een temperatuurtoena­me. Naast reactie op tempera­tuurveran­dering geven ze ook informatie over de bestaande constante tem­pera­tuur. De koudesensoren registreren een con­stante temperatuur van 18 tot 35 graden Celsius en de warmtesen­soren van 30 tot 47 gra­den Celsius. Beneden 25 graden Celsius geven de koud­esen­soren niet meer een con­stante tem­peratuur aan, maar al­leen de ge­waarwording koud. Wel kunnen nog tempe­ratuurverschillen worden geregistreerd. Iemand die in water zwemt van 18 graden voelt dat het koud is, maar niet dat dit kouder is dan water van 20 graden, tenzij plotseling de watertemperatuur ver­andert, bijvoorbeeld doordat men tijdens het zwemmen in koude of warme stro­min­gen komt. Boven de 45 gra­den reageren de koude sen­soren ook weer, vandaar dat soms bij een heet (bub­bel)bad een 'koude-sensa­tie' kan ontstaan.
Zowel in de schil als in de kern worden dus tem­pera­turen waargeno­men.
Bij een lage omgevingstemperatuur (minder dan 30 graden) is er een gevaar voor onderkoeling van het lichaam. Er treedt daarom vasoconstrictie op, dat wil zeggen dat de bloed­vaten in de huid ver­nauwen, waardoor er minder warmte­ uitwisseling met de omge­ving plaatsvindt. voorts zien we  het ver­schijnsel kippenvel optreden. Doordat spiertjes die ge­hecht zijn aan de haartjes samentrekken, wordt het haartje recht­op gezet en bolt de huid iets op rond de haar. Bij dieren ver­groot dit rechtop­staan van de ha­ren het iso­lerend vermo­gen, doordat de lucht­laag in de vacht isole­rend gaat wer­ken, maar bij mensen is nau­welijks meer van belang.
Wel belangrijk is de schild­klier. Bij grote koude prik­kelt de hypothalamus de hy­pofyse (hersenaan­hangsel) die het hor­moon TSH maakt. Dit hormoon zorgt ervoor dat de schildklier harder gaat werken, met als gevolg een hogere activiteit in de cellen van ons lichaam. De kachel wordt als het ware harder opgestookt zodat meer warmte vrij­komt. Rillen en klappertan­den zijn processen die ook zorgen voor meer warmteproduc­tie.
Aan handen en voeten verandert de bloedsomloop bij koude invloeden. De huid wordt minder doorbloed, de circulatie vindt plaats in de diepere bloedvaten. Dit heeft tot gevolg dat de warmte beter in het li­chaam blijft.
Bij een hoge omgevingstemperatuur treedt vasodila­tatie (vaatverwijding) op, er kan nu meer warmte-uitwisseling plaatsvinden. Vaak is echter het tempera­tuursver­schil tussen de omgeving en de huid te klein om het lichaam voldoende te laten afkoelen. De zweetkliertjes worden dan (boven de 30 graden) geprikkeld tot zweetproductie. De verdamping van dit zweet onttrekt energie aan de huid en daardoor koelt de huid af. In het algemeen heeft ie­dereen een eigen kenmerken­de kerntemperatuur waarbo­ven de zweetse­cretie sterk op gang komt. Voor vrouwen ligt het startpunt voor zweten gemiddeld hoger dan voor mannen, dat wil zeg­gen: vrouwen transpireren min­der snel dan mannen.
Wanneer we zweten verliezen we vocht en zouten. Het zweet bevat echter minder zouten dan de li­chaamsvloeistof. We verliezen dus meer vocht dan zout. Het lichaam wordt rela­tief dan ook steeds zou­ter waar­door het niet zinvol is om na zware inspan­ning of een saunaronde zout te eten want dan wor­den we nog zouter. Drinken van water of vruchtensap is dan zinvoller.
Zweet wordt rechtstreeks aan het bloed onttrokken en be­staat voor 99% uit water.
Een rustig niet gekleed mens ervaart een omge­vingstemperatuur van 29-30 graden Celsius als pret­tig. Het ervaren van een prettige omgevingstempe­ratuur is sterk afhankelijk van de dikte van het onderhuidse vet.
Naast het reguleren van de temperatuur speelt de leder­huid een rol in talgproduc­tie. Deze talg is een huidsmeer die de huid soepeler maakt en minder doorlaat­baar voor water. De talgklier, die talg pro­duceert, komt uit in een haarzakje, via een kanaaltje dat wordt opengehouden door een haartje. Wanneer dit onvoldoen­de open gehouden wordt zien we 'jeugdpuistjes' ontstaan. Soms kan melanine in zo'n ka­naaltje komen. Dit worden dan zogenaamde 'mee-eters'.

Onderhuids bindweefsel
Onder de huid ligt een laag onderhuids bindweefsel welke een isolerende functie heeft. In deze laag liggen onder andere vetcellen die kunnen groeien en het overtollige vet opslaan. De vrouw heeft gemid­deld meer onderhuids vetweef­sel dan de man.
Samen met de huid gaan de vetcellen afkoeling te­gen, maar ook een te grote verdamping van water. Ons lichaam be­staat voor het grootste gedeelte uit water en wij lopen dus de kans veel water te ver­dampen. Bij zeer regelmatig sauna gebruik zal dit teveel verdampen gecompenseerd moeten worden met het extra innemen van vocht.

.

De huid