Qualityfreaks
Vorige
pagina
E-mailadres: info@saunastudie.nl
Saunastudie
Auteursrecht
Erik Bierenbroodspot 
Disclaimer
Vraag?

 

 

 

Studiecentrum.
Saunagebruik.
Saunabedrijven.
Opleidingen.
Vacatures.
Leveranciers.
Adverteren.
Nieuwsbrief.
Weer & verkeer.
Contact.

Direct zoeken in saunastudie.nl met Google. Voer uw zoekwoord in:

Stel een vraag over sauna
Nieuws.
Sitemap.
Gastenboek.
Qualityfreaks.

 

 

Training & opleiding

www.wellnessprofs.nl

De bloedsomloop

De bloedsomloop is een transportsysteem in ons lichaam. Een zeer gecom­pliceerd wegennet van bloedvaten. Het hart pompt het bloed rond. Het bloed komt als eerste in de slag­ade­ren (arteriën). Deze vertakken zich tot uit­eindelijk zeer kleine haarvaten (capillairen). Vervol­gens stroomt het bloed via onze aders (venen) terug naar het hart. De stof­fen die met het bloed vervoerd wor­den zijn bijvoor­beeld voedings­stof­fen, afval­stoffen, zuurstof, kooldioxide, zouten, hormonen en rode en witte bloedli­chaam­pjes (erytro­cyten en leucocyten).
Het hart is grofweg in vier stukken verdeeld. In de bo­venste helft bevinden zich twee boe­zems (atria), wat in wezen de verzamelzakken voor bloed zijn en in de onderste helft bevin­den zich twee kamers (ventrikels) die het bloed door moeten pompen.  Het hartkloppen wat wij horen komt voornamelijk door het openen en sluiten van kleppen in het hart die er voor zorg dragen dat het bloed niet terug kan stro­men. Als je nauwkeurig naar een hartslag zou luiste­ren zijn er vier hart­tonen te onderscheiden, maar voor een leek zal het bij twee ophouden. De hartto­nen zijn niet gelijk. De  twee die wij als leek kunnen horen zijn een lage lange­re toon en een hogere korte toon. De eerste toon pompt het bloed uit een ventri­kel in de grote lichaamsslagader (aor­ta) en uit de andere ventri­kel in de longslagader (arteria pulmo­nalis).
Bij dit pompen sluiten de kleppen tussen de kamers en de boezems zich wat de eerste toon veroorzaakt. De tweede toon wordt veroorzaakt door het sluiten van de aorta en long­slag­aderklep, wanneer het bloed uit de kamers zijn verdwe­nen.
Slagaders (arteriën) vervoeren altijd bloed van het hart af. Aders (venen) trans­porte­ren bloed weer terug rich­ting het hart. Het hart bestaat uit twee harthelften die ieder een eigen bloedsomloop voeden. De kleine bloedsom­loop start in de rechter ventrikel. Vanuit de rechterven­trikel stroomt zuur­stofarm bloed in de longslagader. Daarvan­daan vertakt het zich over vele kleine arteriën totdat het bloed in de capillai­ren (haarvaten) komt. In deze capillairen vindt de zuurstof­opname en kooldioxideafgifte plaats. Dit capillair bevindt zich in de longwand. Vervolgens komen de capillai­ren weer tezamen om zich via de longader (vena pulmonalis) in de linker boezem uit te komen. Het bloed is inmiddels dus zuur­stofrijk geworden en start als grote bloedsom­loop in de linker kamer. Uit de linker ventrikel stro­omt het zuurstofrijke bloed in de aorta. Deze geeft takken af naar de hersenen, armen, romp, en benen. Deze splitsen zich af tot miljoenen arte­rio­len: bloed­vaatjes die nog de eigen­schap van vasocon­strictie en vasodilatatie (vernauwen en verwijden) heb­ben. Hierdoor kunnen de arteriolen de door­bloeding re­gelen. Na de arterio­len stroomt het bloed binnen in de capillairen die zo klein zijn dat ze alleen onder een elek­tronenmicroscoop zijn te onder­scheiden als ze met bloed gevuld zijn. In de capillairen geeft het bloed de zuurstof af en neemt daar kooldioxide op. Het zuurstofarme bloed uit de capillairen wordt eerst verzameld in de venulen, die als reservoir kunnen dienen, daarna komt het bloed samen in de grotere venen om uiteindelijk via de holle aders (vena cava inferior en superior) in de rechter boezem te komen, waarna de kleine bloedsomloop weer begint.
Bij de bloedsomloop is meestal de vertakking zo, dat vanaf het hart de arteriën zich vertakken tot capil­lairen om vervolgens samen te komen in venen die het bloed naar het hart vervoe­ren. Bij het portale systeem is dit anders, er zijn namelijk twee capillaire systemen in serie opge­nomen. Het bloed komt via een tak van de aorta in het capillaire net van de darm en milt. Vervolgens komt dit bloed samen in de vena porta (poort­ader). Hierna en dat is het aparte van dit systeem, vertakt het zich weer in het capillaire gebied van de lever om dan weer uit te monden in de onderste holle ader. Het voordeel van dit systeem is dat suikers opgenomen in de dunne darm opgeslagen kunnen worden in de lever in de vorm van glyco­geen. Ook afvalstoffen uit de milt (Bilirubi­ne) kun­nen ver­werkt worden en de schadelij­ke stoffen uit de darm kunnen worden ontgift voordat ze in het lichaam komen.
Arteriën en venen hebben hun eigen eigenschappen. Slag­aders zijn bloedvaten die een gespierde wand hebben die enigszins kan veranderen in doorsnede. De slagader brengt het bloed altijd van het hart af en heeft op de longslagader na altijd zuurstof­rijk bloed. Aders brengen het bloed naar het hart toe, zijn duidelijk dunner dan de slagaders en hebben op de longader na altijd zuurstof­arm bloed. In ons ader systeem zitten kleppen om terug­stroming van het bloed te voorkomen, terwijl de slag­aders dit niet hebben omdat deze onder een continue druk vanuit het hart staan namelijk de bloeddruk (tensie). Zoals reeds gesteld is, zorgt de samen­trekking van de ventrikels ervoor dat er bloed wordt rond­gepompt. Tij­dens de bovendruk (systole) wordt het bloed met grote kracht uit het hart gespoten en tijdens de tussen- of onderdruk (diasto­le) vullen de ventrikels zich weer. We kunnen de bloeddruk meten door mid­del van een bloeddruk­meter (tensiemeter) die een waarde in mm kwik aangeeft. De bloed­druk is niet overal in ons lichaam gelijk, vandaar dat hij normali­ter aan de bo­venarm gemeten wordt.
In ons bloed zitten verder nog een aantal suikers en vet­ten, zouten en eiwitten die belangrijk zijn voor het func­tioneren van ons lichaam.
Afvalstoffen die niet via het bloed getransporteerd mogen worden, worden opgepakt door onze lymfe­klieren die via de lymfebanen met ze afrekenen om­dat ze lymfekno­pen tegen komen wat een soort fil­tertjes zijn. Op deze manier kan het lichaam afreke­nen met de meeste bacteriën, stof, en kanker­cellen.
De bloedsomloop circuleert zo'n vijf liter bloed dat in circa een minuut volledig rondgepompt wordt. Het bloed bestaat uit ongeveer gelijke delen bloedplasma (bloed­vloei­stof) en bloed­lichaampjes. Als bloedli­chaampjes onderschei­den we drie soorten. De rode bloedlichaampjes (erytrocyten) die zorg dragen voor het zuurstof en kooldioxide vervoert plus de rege­ling van de pH, de witte bloedlichaampjes (leucocy­ten) voor de bescherming tegen bacteriën en ten­slotte de bloed­plaatjes (trombocyten) die zorgen voor de bloedstolling bij verwonding.

.

De bloedsomloop